In het kader van de Wet Verbetering poortwachter kan het van belang zijn na een periode van ziekte van een werknemer, vast te stellen in hoeverre er nog mogelijkheden zijn om terug te keren in het werk. De bedrijfsarts is leidend in het kader van vaststellen van functionele mogelijkheden. Op basis van deze vastgestelde functionele mogelijkheden en arbeidsdeskundig onderzoek, doet de arbeidsdeskundige een uitspraak over belasting/belastbaarheid in relatie tot arbeid. De Wet Verbetering Poortwachter eist van de werkgever dat hij de re-integratiemogelijkheden onderzoekt en uitvoering geeft aan de re-integratie (inspanningsverplichting).De werknemer is verplicht zijn medewerking hieraan te verlenen. Als er twijfel is over de re-integratiemogelijkheden van de verzuimende werknemer kan een onafhankelijk deskundigen oordeel uitsluitsel geven. Dit kan al na enkele weken verzuim zijn. Hoe eerder duidelijk is welke mogelijkheden een werknemer heeft om te werken, hoe eerder ook de juiste stappen kunnen worden gezet om ervoor te zorgen dat de werknemer weer aan het werk kan.

Veelal wordt een arbeidsdeskundig onderzoek in ieder geval aan het eind van het eerste ziektejaar verricht. Een arbeidsdeskundig onderzoek bestaan uit een gesprek met de verzuimende werknemer, een gesprek met de werkgever, indien nodig een bezoek aan de werkplek, een functieanalyse van het eigen werk en/of ander werk bij eigen werkgever, overleg met de bedrijfsarts, zijn de basis voor het onderzoek. Conclusies uit het onderzoek kunnen zijn:

  • De werknemer kan naar zijn eigen werk terugkeren. Wellicht moet het werk of de werkplek daarvoor worden aangepast
  • De werknemer kan niet naar zijn eigen werk terug, maar wel ander werk doen bij zijn eigen werkgever, eventueel met aanpassingen. Het zogenaamde 1e spoor
  • De werknemer kan niet meer terugkeren naar zijn eigen wek of naar ander werk bij de eigen werkgever. Er moet worden gezocht naar ander werk bij een andere werkgever. Het zogenaamde 2e spoor